Brandbrief: van bevallingsproof naar kindproof | Popelier Opleiding en Begeleiding
Straks zorgen voor je stiefouder?
19 februari 2016
Complexe morele problemen in het stiefgezin
13 juni 2016
Show all

Brandbrief: van bevallingsproof naar kindproof

Zo’n 70.000 kinderen per jaar maken een relatiebreuk van hun ouders mee. Het aantal eenoudergezinnen, co-oudergezinnen en stiefgezinnen neemt toe. De maatschappelijke kosten – naast de kosten voor de gezinnen zelf – zijn bijzonder hoog. Kinderen van gescheiden ouders hebben ongeveer dubbel zoveel problemen als kinderen uit intacte gezinnen, zowel op korte als op lange termijn. Jonge ouders die zelf gescheiden ouders hebben, gaan veel vaker uit elkaar dan jonge ouders uit intacte gezinnen.

Internationaal onderzoek laat zien dat de scheidingskans verdubbelt als één van de partners gescheiden ouders heeft en zelfs verdrievoudigt als beide partners uit scheidingsgezinnen komen (Spruijt & Kormos, 2014). De verwachting is dat bijna de helft van de jonge aanstaande ouders weer gaat scheiden. Ook scheidingen van ouders met kinderen onder de vier jaar zullen toenemen.

Als er geen betere voorlichting  en begeleiding komt, is de algemene verwachting dat de scheidingscijfers verder zullen oplopen.

Veel gemeentelijk beleid is gericht op het bevallingsproof maken van de moeder, maar daarmee is de relatie van de ouders nog niet kindproof. Als deskundigen vinden we het daarom de hoogste tijd om de noodklok te luiden. Wij roepen u als gemeenten op werk te maken van meer preventie om onnodige scheidingen te voorkomen en kinderen van gescheiden ouders beter te begeleiden, ook als ze in een stiefgezin wonen.

 

Behalve goede ouders ook goede partners blijven

De geboorte van het eerste kind is een belangrijke test voor de partnerrelatie. Onderzoek toont aan dat veel partners minder gelukkig worden na de komst van de eerste baby (Anthonijsz e.a., 2010). In Nederland is er bij huisartsen, op het internet, en in boeken en tijdschriften informatie beschikbaar over zwangerschap, geboorte en de verzorging van jonge kinderen. Informatie over hoe je behalve samen goede ouders ook goede partners blijft, ontbreekt. Terwijl veel jonge ouders met jonge kinderen in een crisis komen. Dit kan anders!

 

Ervaringen in het buitenland, zoals in Zweden en Finland, laten dit zien. In de Zweedse lokale familiecentra worden zowel vóór als na de geboorte ouderschapscursussen aangeboden (Berg-le Clercq e.a., 2013). Ook Amerikaans onderzoek laat zien dat preventie, voorlichting en oudercursussen werken (Douglas, 2006).

 Ouderschapsvoorlichting en begeleiding kunnen veel problemen voorkomen of verzachten.

 Problemen voorkómen

Om problemen in gezinnen te voorkomen, is preventie door middel van voorlichting, advisering en hulpverlening niet alleen belangrijk maar ook een essentiële taak voor de gemeenten (Ligtermoet & Okma, 2014). Gemeenten hebben immers in het kader van de Wet publieke gezondheid (Wpg) sinds 2012 een regierol als het gaat om prenatale voorlichting aan aanstaande ouders (Wet publieke gezondheid, Artikel 2, tweede lid onder h). Ook in de Wmo (wet maatschappelijke ondersteuning) is een rol voor gemeenten beschreven als het gaat om opvoedondersteuning. We zien dat prenatale en postnatale voorlichting (zwangerschapscursussen, consultatiebureaus) zich meestal alleen richten op de bevalling zelf, de voorbereiding daarop en de lichamelijke ontwikkeling van het jonge kind. Er wordt weinig tot geen aandacht besteed aan de impact die de komst van het kind heeft op de partnerrelatie.

Wij roepen u daarom op om dit aspect toe te voegen aan de prenatale voorlichting. Preventie is niet alleen belangrijk maar ook een essentiële taak voor de gemeenten (Ligtermoet & Okma, 2014).

We roepen u op tot:

 1. Het bieden van voorlichting, advisering en hulpverlening aan jonge (aanstaande) ouders.

Ouderschapsvoorlichting stimuleert ouders er te zijn en te blijven voor hun kind. Onderzoek toont aan dat voorlichting, psycho-educatie en leren van communicatievaardigheden invloed heeft op de toename van relatie-tevredenheid, de afname van post-partum depressie en de afname van vijandige gevoelens tijdens conflicten bij (aanstaande) ouders. Onderzoekresultaten geven aan dat dit een positieve invloed heeft op de emotionele, lichamelijke en cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen (Shapiro & Gottman, 2005).

2. Het introduceren van begeleiding en advisering als een scheiding niet te vermijden is.

Onderzoek laat zien dat een scheiding heel slecht kan uitpakken voor de kinderen (Spruijt & Kormos, 2014). Betere voorlichting kan veel problemen voorkomen of verzachten. In 2009 is in Nederland het verplichte ouderschapsplan bij scheiding in de wet opgenomen. De meeste deskundigen zijn het er over eens dat de gedachte achter deze maatregel positief is, maar dat veel meer voorlichting en advisering nodig is (Tomassen-van der Lans, 2015). Het is dus realistisch om al bij de ouderschapsvoorlichting aandacht te geven aan een mogelijke ouderlijke scheiding.

 

3. Het bieden van ondersteuning bij de vorming van een stiefgezin.

De meeste ouders gaan na een scheiding opnieuw een intieme relatie aan. Voor de kinderen betekent dit de komst van een stiefouder. Dit is voor de meeste kinderen erg zwaar. Meer dan de helft van de nieuwe gezinnen valt weer uiteen. Ook hier is preventie, voorlichting en het maken van afspraken dringend nodig (Anthonijsz, e.a., 2015).

 

Lees hier de gehele brandbrief:
Brandbrief aan alle gemeenten in Nederland

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *